Pieter van der Meer

Journalist / Tekstschrijver

Category: Stukjes

Schilderijtje

StradeBiancheIn een museum zag ik een tijd terug een man van elk mooi schilderij een foto maken. Zijn camera was zijn zesde zintuig geworden. Naar verfklodders en penseelstreken keek hij niet. Hij was meer bezig met verzamelen van bewijs dat hij de bekende werken van Van Gogh had gezien. Ik vond dat eigenlijk maar een zinloze bezigheid. Waarom zou je een foto maken van bijvoorbeeld Van Goghs’ Caféterras op het Place Du Forum als het echte bewijs van zijn meesterschap voor je neus hangt?

Afgelopen zaterdag maakte ik mij toch ook schuldig aan die vastlegneurose. Ik keek naar een Italiaans schilderij.

Titel: Strade Bianche (2014)
Maker: onbekend.

Het bewegende werk werd omlijst door een zwarte lijst, wat het contrast met de felle kleuren alleen maar groter maakte. Het was op een groen stuk Toscane dat ik mezelf niet kon inhouden. Dit was zo mooi. Ik moest het vastleggen. Met mijn telefoon maakte ik een vage foto van het groene vlak, waar de kunstenaar een zwarte veeg doorheen had getrokken. De renners waren tot een paar kleine gekleurde stipjes gereduceerd. Geen onbelangrijk detail, waar deze schilder aan had gedacht.

Ik maakte nog een paar foto’s, maar kwam al snel achter de zinloosheid van mijn drift. Het beeld werd stoffig met slechts nog wat contouren van wielrenners. Ik liet mijn zesde zintuig liggen. Mijn mond viel open. Even kon ik naar het witte stof happen.

Grote broer

Cover TS9Ik droomde vroeger van het Elitecircuit. Voor de niet-triatleten: het Elitecircuit was in de jaren negentig een serie stayerwedstrijden voor de Nederlandse en buitenlandse top. Stayeren was toen nog een elitesport. Ik was nog te jong om zelf mee te doen. Ik had misschien pas één keer aan de Ironkid van Almere meegedaan, maar achter het hek in Roermond zag ik het spektakel van de olympische discipline. In 1998 zag ik daar zelfs meervoudig wereldkampioen Peter Robertson uit Australië voorbij stuiven. Michael van der Laarse, sponsor van het Multi Triathlon Team, had ‘Robbo’ zelfs voor één keer in het paarse pakje van mijn club gekregen. De handtekening van Robertson heb ik nog altijd.

Behalve de internationale top hoorde ik bij het Elitecircuit ook namen als Zeetsen, Van der Linden, Berk en de naam van mijn grote broer Sander. Wat hij deed, wilde ik ook. Dus droomde ik van het Elitecircuit. Het leek mij lang ook een vanzelfsprekende stap, omdat ik aardig kon zwemmen. Maar tegen de tijd dat ik misschien rijp was om tot de elite van de triathlon toegelaten te worden, bestond mijn droom niet meer. Als laatstejaars junior kreeg ik in 2005 wel de kans bij de duathlon Weert voor het eerst te stayeren. Ik kwam toen met een hele jonge Frank Heestermans samen te rijden, maar van kop-over-kop rijden hadden we allebei nog weinig begrepen. Dit was niet wat ik voor ogen had bij stayeren. In 2008 deed ik voor het eerst mee aan het NK olympische afstand, dat toen in Stein voor iedereen open was gesteld. Ik werd 39ste en vond het leuk, hoewel ik ergens achterin had gefietst. Ik nam mij voor om vaker op Amsterdam-Sloten te gaan koersen, zoals mijn broer mij adviseerde. Bij mij kwam het daar uiteindelijk niet vaak van. Hij deed dat in zijn goede jaren op zaterdag zelfs nog na het bezorgen van de post.

Zaterdag 31 augustus had ik bij het NK triathlon in Veenendaal voor het eerst het gevoel dat ik in een Elitewedstrijd startte. De sterk bezette Lotto Eredivisie Triathlon-competitie maakt al snel dat je het idee hebt dat je je in een select gezelschap begeeft. Op het startponton kwam die droom van vroeger toch een beetje uit. Een beetje maar. Want hoewel ik tijdens de wedstrijd genoot en kon lachen om iedereen die mij inhaalde (de namen staan wel in de uitslag), voelde ik mij bij de finish leeg. Niet leeg van vermoeidheid, maar op een andere manier leeg. Ik miste mijn grote broer bij de finish. Ik moet het al drie jaar zonder zijn adviezen doen, maar juist op dat moment miste ik degene die mij altijd had gestimuleerd. Mijn held had nu niet kunnen zien hoe ik mee had gedaan in deze topwedstrijd. Zonder hem was de droom niet compleet.

Terwijl ik in gedachten wegliep bij de finish, hoopte ik maar dat hij ergens boven mij iets had meegekregen van mijn wedstrijd. Een zekerheid als mijn plek ergens onder op het uitslagenblaadje krijg je daarvan natuurlijk niet. Ik wist wel wat hij zou zeggen: vaker koersen op Sloten, jongen!

Dit stukje schreef ik als voorwoord van Triathlon Sport 9, het bondsblad van de Nederlandse Triathlon Bond.

 

Gewoon Pieter

“Wat goed dat je er bent.” Hoe vaak horen we dat niet? Meestal is het een terloopse opmerking, vooral op feestjes: “Hé goed dat je er bent! Neem een biertje.” Of met andere woorden: “Ik moet weer verder.”

Maar hoe vaak zit in dit simpele zinnetje echt een oprechte bedoeling? Dan bedoel ik nog niet eens het gebruik van deze zin als een soort oeuvreprijs voor je bestaan: “Wat fijn dat jij er bent, als mens”.

Het oprechte schuilt in dat woord ‘goed’. Vooral het moment en door wie de woorden worden uitgesproken zijn hierin bepalend.

Twee jaar geleden was daar voor mij een moment. Mijn broer was net een maand eerder plotseling overleden en ik werd op het laatste moment meegevraagd naar het besloten feestje in de watertoren bij het vuurwerk aan de Westeinder Plassen. Even de gedachten verzetten en vooral even vergeten dat het eigenlijk wel moeite kost om je beste gezicht te laten zien.

In eens stond burgemeester Pieter Litjens voor me. Niet iets om van te schrikken of angstzweet van uit te slaan. Ik heb hem nooit als een afstandelijke autoritaire bestuurder ervaren. Ik denk zelfs dat ik hem wel eens getutoyeerd heb. Nadat ik hem interviewde over de Triathlon Aalsmeer, waarbij hij voor de foto mijn paarse wielertricot aantrok, zeiden we elkaar regelmatig gedag. Naamgenootschap schept ook een band.

Het kan dus gebeurd zijn dat toen Pieter Litjens mij in de watertoren gedag zei, dat ik simpel zijn woorden ‘hé Pieter’ herhaald heb. Ik weet het niet exact meer. Van die korte ontmoeting in de watertoren heb ik maar een paar dingen echt goed onthouden.

“Wat goed dat je er bent”, zei de burgemeester. Het zal wel, dacht ik, en ik lachte maar vriendelijk terug. Uit zijn tweede zin bleek zijn oprechtheid. Ik ben vergeten wat hij zei. De tekst van die tweede zin was ook net zo belangrijk als de kruitdampen van de vuurpijlen die buiten werden afgestoken. Ruis.

De blik en de handdruk die Pieter Litjens mij gaf, maakten meer indruk. Grote indruk zelfs. Hij meende die zin oprecht. Ik was een moment verbaasd over zijn inlevingsvermogen, maar hij wist blijkbaar precies wat voor donkere wolk sinds een maand in mijn hoofd hing. Het veel te vroege overlijden van mijn broer had ook op hem indruk gemaakt.

Ik vond dat mooi. Van een burgemeester mag je een zekere betrokkenheid met zijn burgers verwachten, maar dit ging voor mijn gevoel verder dan het spellen van de overlijdensadvertenties in de lokale krant. Voor mij stond op dat moment ook niet meer een burgemeester, maar eigenlijk ‘Gewoon Pieter’.

Dat veel volkszangers die toevoeging gebruiken om aan te geven dat ze ‘bij zichzelf zijn gebleven’ gaat ook op voor Pieter Litjens. Want hoewel ik hem in zijn ambtsperiode niet goed heb leren kennen zou ik hem toch een bescheiden oeuvreprijs willen geven: fijn dat je hier als burgemeester was.

Dit stukje verscheen in de speciale glossy ‘Pieter’ ter ere van het afscheid van Pieter Litjens als burgemeester van de gemeente Aalsmeer. Litjens is nu Tweede Kamerlid voor de VVD.

Welkom!

Internet wordt het helemaal in 2013, dus ik heb alvast maar een mooi plekje geclaimd. Hier vind je alles over mijn werk  en als je meer over mij wil weten kun je kijken of de vraag Wie? genoeg antwoord geeft. Wil je meer van mij weten, dan kun je mij altijd nog bij contact een mailtje sturen.

Op deze blogpagina zal ik op maandag elke week (proberen) een spitsvondige sportcolumn te schrijven. Ik noem die korte column Stiffie, inderdaad een voetbalterm. Wat dus betekent dat ik ook af en toe over voetbal zal tikken. Of turnsters die graag met stiften kleuren. Wie zal het zeggen.

Veel leesplezier!

Pieter

© 2024 Pieter van der Meer

Theme by Anders NorenUp ↑